|
Benjamin Britten
Britten (1913-1976) kreeg op vijfjarige leeftijd reeds pianolessen en twee jaar later werd daaraan de altviool toegevoegd. Audrey Alston, zijn vioollerares, zorgde ervoor dat Benjamin compositielessen kreeg van Frank Bridge. Tegelijkertijd zette hij zijn pianostudie voort bij de fameuze Bach-pianist Harold Samuel. Na zijn middelbare school meldde hij zich bij het Royal College of Music te Londen, die hij na drie jaar verliet met een prijs voor compositie en een solodiploma voor piano.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Britten | Filmmuziek
In 1933 trok hij er op uit om zijn horizon te verbreden: Mahler, Stravinski, Schönberg en Berg werden de grote ontdekkingen. In 1934 werd een reeks composities van Britten voor het eerst uitgevoerd. Zijn gemak van componeren en zijn vermogen om op een tijdschema te werken, trokken de aandacht van een filmmaatschappij die hem vervolgens contracteerde voor het regelmatig produceren van filmmuziek. Voor Britten een belangrijke fase in zijn loopbaan, want de verbinding van beeld en klank heeft in zijn verdere leven een grote rol gespeeld.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Britten | W.H. Auden
Van beslissende betekenis is zijn ontmoeting met de Engelse dichter W.H. Auden geweest. Brittens feeling voor taal en poëzie heeft in de vruchtbare samenwerking met Auden gestalte gekregen. Met de Variaties op een thema van Frank Bridge, is Britten in brede kring bekend geworden. Dat werk (een opdracht van het befaamde Boyd Neelstrijkorkest) werd de sensatie van het festival van Salzburg in 1937. Toen Auden - vanwege het oprukkende fascisme en de oorlogsdreiging - besloot om naar de Verenigde Staten te emigreren, volgde Britten hem in 1939.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Britten | Terug naar Engeland
Tijdens zijn verblijf in Amerika componeerde Britten onder meer zijn vioolconcert, de symfonische liederen Les Illuminations (op tekst van Rimbaud) en zijn Sinfonia da requiem. In het voorjaar van 1942 keerde Britten naar Engeland terug. In volle staat van mobilisatie trof hij zijn moederland aan. Als overtuigd pacifist moest Britten voor een tribunaal verschijnen. Daar werd hij op grond van ernstige gewetensbezwaren van actieve militaire dienst vrijgesteld. Engeland was door de oorlog van het continent afgesneden en daarmee ook van de nieuwe muziek die op het vasteland verscheen. In het besef dat het land nu aangewezen was op de muzikale creativiteit van eigen bodem, nam de belangstelling voor Britten aanzienlijk toe. In Britten troffen de Engelsen bovendien een figuur aan die aan typisch Engelse talenten beantwoordde: liefde voor het theater, de koorzang, de kerkmuziek, het lied en het oratorium.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Britten | Opera
Brittens grootste talent ligt op het gebied van de opera. Zijn dramatische werken als Peter Grimes, The Rape of Lucretia, Death in Venice (naar de roman van Thomas Mann) en de lyrische komedie Albert Herring staan ook nu nog op het repertoire van de grote gezelschappen. Tal van hoge onderscheidingen zijn in binnen- en buitenland aan Britten uitgereikt. Een indrukwekkende reeks van concertreizen naar alle delen van de wereld, waaronder ook Nederland, illustreert de waardering voor zijn bijzondere persoonlijkheid en zijn werk.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Britten | Rusland
Na de dood van Stalin oogstte hij ook veel waardering in Rusland. De befaamde cellist Mstislav Rostropovitsj, diens echtgenote, de zangeres Galina Vishnevskaja, en de reus onder de pianisten, Sviatoslav Richter, werden zijn grote vrienden. Tijdens het voltooien van de opera Death in Venice werd de componist ernstig ziek. De dokters constateerden dat een van de hartslagaders onvoldoende functioneerde en vervangen moest worden. In mei 1973 werd hij geopereerd, met weinig succes. Tijdens de operatie werd hij door een lichte beroerte getroffen. Drie en een half jaar heeft Britten het leven van een invalide moeten leiden. Desondanks wist hij nog de energie op te brengen om een zestal werken te componeren. Kort nadat hij verheven was tot Baron Britten of Aldeburgh is hij op 63-jarige leeftijd gestorven.
|
|
|
|
top ↑
|
|
Wilfred Owen
Wilfred Edward Salter Owen werd op 18 maart 1893 geboren als zoon van een spoorwegwerker. Hij begon zijn opleiding aan het Birkenhead Institute. Hij slaagde er niet in om aan de Londense Universiteit te worden aangenomen en accepteerde in 1913 een positie aan de Berlitz School of English in Bordeaux, waar hij Engelse les ging geven. Hier leerde hij de Franse dichter Laurent Tailhade kennen die hem aanmoedigde verder te gaan met zijn poëzie. Zijn vroege gedichten staan sterk onder de invloed van het zinnelijke van Keats, de grote Romantische dichter (1795-1821).
Hoewel hij zichzelf als pacifist beschouwt, besluit hij in 1915, na een bezoek aan een militair hospitaal, naar Engeland terug te keren om dienst te nemen. Vanaf het moment dat hij aan het front is gekomen, verandert zijn poëzie: het wordt abrupter, er komen experimenten met rijm en ritme. Zo brengt hij zijn poëzie dichter bij de realiteit: minder mooi, vol woede en medelijden. In 1917 keert hij terug naar Engeland, waar hij wordt opgenomen in het Craiglockhart hospitaal bij Edinburgh. Daar ontmoet hij Siegfried Sassoon, ouder, met een andere achtergrond en met een opleiding in Cambridge. Sassoon geeft Owen goede poëtische adviezen. Vanaf dat moment ontwikkelt zijn poëzie zich snel en wellicht schrijft hij zijn beste werken in deze periode.
In 1918 keert Owen terug naar het front, waar hij een Military Cross verwerft. Op 4 november, een week voor de Wapenstilstand, sneuvelt hij bij de aanval op het Sambre kanaal. Owen is 25 jaar oud geworden. Slechts vijf gedichten worden tijdens zijn leven gepubliceerd. Latere uitgaven van onder andere Sassoon en Edmund Blunden geven hem meer bekendheid. Zijn reputatie groeit en nu wordt hij als een van de belangrijkste War Poets beschouwd.
|
|
|
|
|
|